Spring naar navigatie Spring naar inhoud

Dankzij psychiatrische thuiszorg weet Anneke wanneer ze op zichzelf moet passen.

Anneke is een vrolijke vrouw met veel humor. Gewend haar handen uit de mouwen te steken. Ze krijgt al jong een baantje in het verzorgingshuis en doet haar werk vól overgave. Ze verruilt haar ouderlijk huis voor een van de “zusterwoningen” op haar werk. Niets is teveel en ze klaagt niet wanneer ze een keer moet overwerken. Anneke staat bovendien bekend als iemand die álles onthoudt. Maar het gaat niet goed. Anneke krijgt een depressie en moet zelfs worden opgenomen. Uiteindelijk wordt bij haar ook een persoonlijkheidsstoornis vastgesteld.

"‘Ik weet nu wanneer ik op mezelf moet letten.’"

Anneke, 72 | Depressie

Beklemmend gevoel 
Wat volgt, zijn periodes waarin het beter en slechter met haar gaat. Ze maakt meerdere depressies door waarbij ze met medicijnen steeds onvoldoende opknapt. Anneke: ‘Niets hielp. En ik wilde gewoon van dat beklemmende gevoel af. Van die zinloosheid. Die nutteloosheid.’ Shocktherapie (ECT) biedt uiteindelijk uitkomst. Nu kan ze met hulp van psychiatrische thuiszorg weer zelfstandig wonen. ‘Ik ben echt heel blij met de hulpverleners van GGZ Drenthe. Ze komen eens per twee weken. We praten over mijn medicijngebruik en de klachten die ik nog steeds heb: geheugenproblemen en zenuwtrekken. Ik schrijf op een briefje wat ik verder met hen wil bespreken. Dingen waar ik onzeker over ben. Zoals over de omgang met mensen in mijn omgeving. Of ik wel of niet op een uitnodiging moet ingaan. De hulpverleners geven advies en ik bepaal dan wat ik doe.’

Zin van het leven
‘Mijn vrijwilligerswerk in het verpleeghuis heeft me de zin van het leven teruggegeven. Als gastvrouw kan ik vaak kleine, belangrijke dingen voor de bewoners doen, zoals de plantjes op hun kamer verzorgen. Soms knip ik hun nagels. Of ik begeleid hen naar de huiskamer voor een kopje koffie. Het is zulk dankbaar werk. Ik zet wel altijd een wekker op mijn mobiel, zodat ik op tijd naar huis ga. Anders vergeet ik het. Want ik moet ook aan mezelf denken. Ik heb een rotperiode meegemaakt en dat mag nooit meer gebeuren. Ik weet nu wanneer ik op moet letten. Bijvoorbeeld als een afspraak op het laatste moment wordt verschoven. Of als ik een vervelend contact met iemand heb gehad. Dat vind ik heel moeilijk. Dat moet ik dan even verwerken om te voorkomen dat ik te lang negatief blijf. Dan zeg ik mijn werk in het verpleeghuis af en doe een dag niets, zodat ik rust aan mijn hoofd krijg. Ik lees wat, knutsel of ben bezig met de plantjes op mijn balkon. Ik kan genieten van de eerste radijsjes die ik zelf heb gekweekt. En van zingen in ons kerkkoor. De tekst “Iets niet te doen, is om jezelf te beschermen” hangt in mijn badkamer. Het herinnert me eraan, soms even pas op de plaats te maken. ’

Onbegrip van je omgeving
‘Ik blijf altijd kwetsbaar voor psychische problemen. Het ergste vind ik het onbegrip van mensen in je omgeving. Laatst was mijn fysiotherapeut boos omdat ik te laat kwam. Ik merk het ook aan familieleden. Ik ben er zelfs vriendinnen door kwijtgeraakt. Ze weten hoe ziek ik ben geweest, maar ze hebben er weinig begrip voor dat ik daar nu nog steeds last van heb. Lang niet iedereen wil naar mijn verhaal blijven luisteren. Maar ze worden wel boos als ik vergeet op een mailtje te reageren, of als ik juist teveel mails stuur. Frustrerend is het. Veel lichamelijke ziektes gaan weer over. Maar de chaos in mijn hoofd, die blijft. Dat is elke dag knokken.’