Spring naar navigatie Spring naar inhoud

Harm kreeg op jonge leeftijd al last van geheugenproblemen. Later kwam er angst bij.

"‘Ik kijk iedere week uit naar de contactpoli.’ "

Harm , 71 | Geheugenproblemen

‘Op de MULO kreeg ik geheugenproblemen. Ik kon niets onthouden van wat ik geleerd had. Maar daar werd geen aandacht aan besteed. “Hij kan veel beter”, stond altijd op mijn rapport. Ze wisten niet dat ik psychische problemen had. In plaats van hulp, kreeg ik strafregels. In militaire dienst ging het echt fout. Ik kon niet omgaan met hiërarchie. Ik vind namelijk, dat iedereen gelijk is en gelijk behandeld moet worden. Ik was ook in dienst gegaan om mijn ouderlijk huis te ontvluchten, maar ik was eigenlijk pacifist. Ik kon er mijn draai niet vinden en ging veel drinken. Uiteindelijk kwam ik met een psychose in het militair psychiatrisch hospitaal terecht.’

‘Ik ontmoette mijn vrouw bij het toenmalige Licht en Kracht. Ik kwam daar op de poli en zij was opgenomen vanwege een traumatische ervaring in haar verleden. Uiteindelijk hebben we een geregistreerd partnerschap en een mooie relatie gehad. Ze is inmiddels overleden. Ik heb lange tijd voor haar gezorgd, ze had ernstige psychiatrische problemen. Dat was moeilijk, want ze begon thuis ook vreemd te doen. Ze wilde steeds minder van mij weten. Ik doe al jarenlang vrijwilligerswerk bij GGZ Drenthe. Zo kan ik nog iets voor een ander betekenen.’

‘Ik heb nog steeds last van geheugenproblemen. En angst. Dat gebeurt zonder duidelijke reden. Het overvalt me altijd. Dan ben ik bijvoorbeeld bang voor andere mensen. Of ik word angstig in een kleine ruimte. Het helpt om dan afleiding te zoeken, dingen doen. Dan ben ik het snel weer kwijt. Ik lees graag boeken of ik luister naar muziek. Dichten is ook een grote hobby van me. Ik maak bijvoorbeeld gedichten over hoe je dingen voelt. Of over politieke of maatschappelijke kwesties. Het verruimt mijn blik en het geeft me het gevoel dat ik de baas ben over de materie.’

‘Ik krijg eens per twee weken psychiatrische thuiszorg. De hulpverleners vragen hoe het met me gaat en we praten over mijn medicijngebruik. Soms heb ik bijwerkingen, zoals een droge mond of slaperigheid overdag. Het is fijn dat ze komen, want ik kan ze alles vragen. Ook praktische dingen. Daarnaast ga ik elke week naar de contactpoli. Dat is een soort ontmoetingsplek bij GGZ Drenthe voor ouderen. Soms is er een spreker over een bepaald onderwerp. Of we bespreken gezamenlijk iets. En ik kan met andere cliënten praten, ervaringen delen. Het is een doel, een onderbreking van de sleur. Ik kijk er altijd naar uit.’


Gedicht van Harm: 

De angst
De angst grijpt om zich heen en houdt je in een wurggreep.
Het strekt zijn kille bloedeloze skeletvingers naar je uit,
en doet de rillingen over je rug kruipen als een grillige streep.
Je voelt jezelf als het ware ineenkrimpen en tot een nietigheid verschrompelen.
Deze minimalisering doet je beseffen dat het leven soms tot iets kan uitgroeien,
waarbij alle voorwaarden aanwezig om je volledig in het afgrijzen onder te dompelen.
Toch gaat het voorbij en zie je langzamerhand niet meer de schaduwzijde,
en het schijnbare zinloze en de zwartgalligheid in van deze kwelling.
Je klimt met veel moeite uit het riool omhoog.
Tot uiteindelijk de stank van verrotting uit je neus verdwijnt,
en plaats maakt voor aangename geurige zuivere luchtheling.
Het is een soort pyrrhus overwinning.
Op een verborgen plek loert de slang van de angst.
Maar het leven zit nu eenmaal vol herhalingen,
en dit in een volmaakte cadans.