Spring naar navigatie Spring naar inhoud

Chantal wordt gepest en heeft vage lichamelijke klachten.

"Door de gesprekken bij GGZ Drenthe kan ik wat er op school gebeurt, beter loslaten. Daardoor is er weer ruimte voor leuke dingen."

Chantal, 13 | Posttraumatische stress stoornis (PTSS)

Chantal van 13 zit niet lekker in haar vel. Ze wordt gepest en heeft vage lichamelijke klachten. Buikpijn, hoofdpijn. Samen met haar moeder heeft ze gesprekken met een mentor op school. Maar die leiden niet tot verbetering. Op een dag gaat het niet meer en zegt ze tegen haar moeder: als je me morgen weer naar school stuurt, pleeg ik wel zelfmoord.  ‘Dat was heftig’, vertelt moeder Marijke (43). ‘We zijn de volgende dag meteen naar de huisarts gegaan. Die twijfelde of het puberaal gedrag was, of dat er toch meer aan de hand was. Maar dat er iets moest gebeuren was zeker. Hij heeft ons doorverwezen naar GGZ Drenthe. Het beste wat haar in jaren is overkomen.’

Ziek
Chantal begon als een vrolijke kleuter op de basisschool. Een smal meisje dat veel lachte. Maar dat veranderde toen in groep 4 de pesterijen begonnen. ‘Eerst werd ik vooral buitengesloten’, vertelt Chantal. ‘Ik had nauwelijks speelafspraakjes en ik werd nooit uitgenodigd voor feestjes. Maar vanaf groep 7 werd het pesten steeds erger. Ik voelde mij er letterlijk ziek van. Ik bleef regelmatig thuis. Op het voortgezet onderwijs kwam ik in een heel nieuwe klas, maar het pestgedrag ging gewoon door. Ik had voortdurend ruzie. Ik kon me daardoor niet meer concentreren, mijn hoofd zat zo vol daarmee.’

Whatsappen
Ook thuis liepen de ruzies ondertussen steeds hoger op. Marijke: ‘We hadden discussies over van alles en nog wat. Over de simpelste dingen zoals het eten kon ze eindeloos doorgaan. “Dat eet ik niet. Dat is té smerig. Iedereen is altijd tegen mij.” Zij boos en ik verdrietig. Soms stonden we allebei te schreeuwen. Of we zeiden een hele dag niets tegen elkaar. Ze was veel op haar kamer met haar telefoon bezig: Snapchat, Instagram. Ik zie de lol er niet van in. Maar iedereen zit daar tegenwoordig op. We hebben haar vaak gewaarschuwd voor de gevaren van sociale media. Maar op een dag werd ze bedreigd. Toen heeft ze toch naaktfoto’s van zichzelf naar een jongen gestuurd. Ik kwam er pas later achter. Als ze het niet zou doen, zou ze zogezegd geen leven meer hebben. Die foto’s gingen de hele school rond. Vreselijk. Daar waren we nu juist zo bang voor.’

Loslaten
Chantal: ‘Eerst vond ik het saai bij GGZ Drenthe. Ik heb gesprekken met een psycholoog. Ook heb ik EMDR therapie gehad. Door het jarenlange pesten heb ik namelijk een posttraumatische stress stoornis (PTSS) opgelopen. Nu gaat het beter. Weet je, ik laat me niet kisten. Als iemand iets vervelends zegt, ga ik er tegenin. En als ze me naroepen, loop ik met opgeheven hoofd voorbij. Zo gedraag ik mij op school. Maar ’s avonds in bed bleef ik er over nadenken. Dan ging ik liggen piekeren over de volgende dag. Het zat toch allemaal in mijn hoofd. Een drukke verjaardag bijvoorbeeld, kon ik er niet bij hebben. Door de gesprekken kan ik wat er op school gebeurt, beter loslaten. Ik leer om niet te lang over dingen na te blijven denken. En het helpt om afleiding te zoeken. Bijvoorbeeld muziek luisteren of YouTube kijken. Ik ga ook naar fysiotherapie om van de spanningshoofdpijn af te komen. Daardoor voel ik me beter en is er weer ruimte voor leuke dingen.’

Ouderhulp
Marijke: ‘Mijn man en ik hebben gesprekken met een sociaal psychiatrisch verpleegkundige bij GGZ Drenthe gehad. De problemen van Chantal hebben ons natuurlijk ook flink geraakt. Deze verpleegkundige ging ook met Chantal en mij mee naar gesprekken die we over haar problemen op school hadden. Ik merk echt een verandering. Chantal is minder somber en ze zegt het nu, als haar iets dwars zit. Ze kan gebeurtenissen beter relativeren. Ook is ze weer vaker bij ons beneden, in plaats van boven op haar kamer. Dan doen we bijvoorbeeld samen een spelletje op de computer. Echt fijn.’

De beschreven situaties zijn aan de werkelijkheid ontleend, de namen en persoonlijke omstandigheden zijn veranderd. De afgebeelde personen zijn geen patiënten maar modellen.