Spring naar navigatie Spring naar inhoud

Het oudste kind van Bert en Saskia was als baby erg rustig. Toch waren er steeds meer dingen waarvan zijn ouders zich afvroegen of dit wel normaal was.

"Liam heeft moeite met gezichtsuitdrukkingen. Hij heeft geen idee wat er in anderen omgaat."

Liam, 8 | Autisme

Het oudste kind van Bert en Saskia Donkelmans was als baby erg rustig. Toch waren er steeds meer dingen in zijn gedrag waarvan zijn ouders zich afvroegen of dit wel normaal was. Hij hield niet van knuffelen en keek vaak langs je heen. Als peuter fladderde hij met zijn handen wanneer hij opgewonden raakte. Hij kon uren opgaan in het spelen met zijn autootjes, die hij allemaal naast elkaar parkeerde. 

Boze buien
Nu het een aantal jaren later is, valt het Bert en Saskia op dat spelen met leeftijdsgenootjes nooit echt goed gaat. Liam wil altijd zijn zin doordrijven. Op dit moment is hij gefascineerd door het sterrenstelsel. Hij weet hier heel veel van en blijft er maar over doorpraten. Liam lijkt niet in de gaten te hebben dat anderen zijn interesse niet delen. Thuis krijgt Liam steeds vaker last van boze buien. Hij krijgt ze met name wanneer de dingen niet gaan zoals hij gewend is en als hij met onverwachte veranderingen te maken krijgt. Voor zijn ouders wordt het steeds moeilijker om met dit gedrag om te gaan. Liam gaat naar groep vier van de basisschool. Hoewel zijn schoolresultaten goed zijn, maakt de juf zich toch zorgen over hem. In de klas heeft hij geen echte vriendjes en valt hij buiten de groep. De juf heeft dit met Liam’s ouders besproken. Bert en Saskia besluiten om naar de huisarts te gaan en leggen hem al hun zorgen over Liam voor. De huisarts verwijst Liam naar Kinder- en Jeugdpsychiatrie van GGZ Drenthe.

Onderzoek naar autisme
Liam en zijn ouders worden uitgenodigd voor een intakegesprek. De hulpverlener vraagt aan Bert en Saskia welke problemen zij bij hun kind signaleren. Hij wil weten hoe Liam zich heeft ontwikkeld en hoe het op school gaat. Ook met Liam wordt gepraat. Bert en Saskia krijgen van de hulpverlener te horen dat er bij Liam waarschijnlijk sprake is van autisme. Het advies is om een kinderpsychiatrisch onderzoek te doen. Dit gebeurt door een kinder- en jeugdpsychiater van GGZ Drenthe in een spelkamer. Daar krijgt Liam enkele opdrachten en wordt hij al spelend geobserveerd. De kinder- en jeugdpsychiater heeft zowel een gesprek met de ouders als met Liam zelf. De conclusie van het onderzoek luidt dat Liam een lichtere vorm van autisme heeft.

Hoe verder?
Liam’s ouders begrijpen dat ze een belangrijke rol spelen in de behandeling van hun zoon. Ze krijgen ouderbegeleiding en uitleg wat autisme is. Ze vertellen waar zij in de opvoeding van Liam tegenaan lopen. Hij herkent bijvoorbeeld geen oneerlijkheid of grapjes. Hij neemt alles letterlijk. Ook heeft Liam moeite met gezichtsuitdrukkingen. Hij heeft geen idee wat er in anderen omgaat.

Met de hulpverlener bespreken ze welke aanpak geschikt zou kunnen zijn voor hun kind. Dit geeft hen veel steun in de opvoeding van Liam. Samen met de hulpverlener gaan Bert en Saskia naar school om uit te leggen wat er met Liam aan de hand is. Thuis en op school wordt er gezorgd voor meer structuur en regelmaat. Ook krijgt Liam sociale vaardigheidstraining.

Een aantal maanden later hebben zowel de ouders als de juf en de kinderen in de klas beter geleerd hoe ze met Liam om moeten gaan. Als aan hem iets gevraagd of verteld wordt, maken mensen oogcontact met hem en herhalen ze de informatie. Vervolgens controleren ze of hij begrijpt wat er van hem gevraagd wordt. De ouders en de juf van Liam kunnen met deze aanpak beter met de situatie omgaan en dat is ook in het belang van Liam. Het gaat al veel beter met Liam.   

De beschreven situaties zijn aan de werkelijkheid ontleend, de namen en persoonlijke omstandigheden zijn veranderd. De afgebeelde personen zijn geen cliënten maar modellen.