Spring naar navigatie Spring naar inhoud

Theo heeft het jarenlang niet aangekund om terug te denken aan die zondagmiddag. Het schuldgevoel kon hij niet verdragen.

Theo, 50 | trauma

"Toen ik bij het Traumacentrum van GGZ Drenthe kwam, kon ik eindelijk mijn hele verhaal vertellen."

Theo zal het nooit vergeten. Een zondagmiddag. Hij rijdt naar huis met zijn vrouw en hun twee kinderen van vier en zes jaar oud. Ze komen van de camping. Onderweg raakt de auto in de berm en komt tegen een boom tot stilstand. Hoe het gebeurd is, weet Theo niet. Hij heeft wanhopig aan het stuur gerukt en hoorde zijn vrouw gillen van paniek. Toen werd het stil. Na drie weken op de Intensive Care hoort Theo dat hij als enige het ongeluk heeft overleefd.

Gebroken man
Theo vertelt dat hij de eerste tijd na het ongeval verdoofd leek: “Ik kon niet geloven dat het echt gebeurd was. Toen het tot mij doordrong dat het écht waar was, ben ik volledig ingestort. Het klinkt gek, maar ik heb vaak stiekem gedacht dat mijn vrouw en kinderen ineens door de deur naar binnen zouden komen lopen. Die hoop is langzaam verdwenen. Nu besef ik dat ze er echt niet meer zijn.”

Het gebeurde vier jaar geleden. Maar als Theo erover vertelt ziet hij er uit als een gebroken man: bleek, moe, tranen in de ogen. Hij wordt ’s nachts nog vaak wakker, nat van het zweet. Hij kan de herinneringen niet loslaten. Steeds komen de gedachten weer boven: “Hoe heeft het kunnen gebeuren?” “Had ik maar beter opgelet!” En voortdurend wordt hij gekweld door zijn schuldgevoel: “Het is mijn schuld dat ze er niet meer zijn.”

Fasen
Mensen die zoiets vreselijks meemaken als Theo moeten veel verwerken. En dat gaat niet zomaar. Dit proces heeft tijd nodig. Het verwerken van zulke pijnlijke ervaringen gaat in fasen. Eerst ontkennen mensen wat er gebeurd is. Daarna komen de emoties als verdriet en boosheid. Je begint het verlies echt te voelen. Ten slotte worden de herinneringen langzaam naar de achtergrond gedrongen, waardoor ze het dagelijkse leven minder in de weg staan. Maar echt vergeten wordt het nooit. Om zo’n gebeurtenis te kunnen verwerken moet je hem kunnen accepteren. Dat kan alleen als je hem daadwerkelijk onder ogen durft en kunt (!) zien.

Theo heeft het jarenlang niet aangekund om terug te denken aan die zondagmiddag. Het schuldgevoel kon hij niet verdragen. In de afgelopen jaren heeft hij een heleboel manieren bedacht om een eind aan zijn leven te maken. Hij zag niet hoe hij ooit verder zou kunnen leven met deze ervaring. Gelukkig heeft Theo hulp gezocht: “Toen ik bij het Traumacentrum van GGZ Drenthe kwam,  kon ik eindelijk het hele verhaal vertellen. Er luisterde iemand naar me bij wie ik me niet hoefde af te vragen of hij er boos of moe van werd.” Het is belangrijk geweest dat Theo steeds weer zijn verhaal heeft verteld. Hij heeft zoveel afschuwelijks beleefd in die luttele minuten. In die paar tellen is zijn leven totaal overhoop gegooid.

Graf bezoeken
Wanneer je veel en vaak kunt praten over zulke pijnlijke ervaringen, helpt dat bij het vinden van manieren om verder te leven. Dat kan de feitelijke gebeurtenis niet ongedaan maken. Maar het helpt je wél om langzaam onder ogen te zien wat er is gebeurd en het te accepteren. Zonder iedere nacht wakker te schrikken, de concentratie op je werk te verliezen en telkens in huilen uit te barsten. En in Theo’s geval: zonder krampachtig alles in het leven te willen vermijden wat doet denken aan ongelukken of aan gezinnen. Theo is dat uiteindelijk gelukt. Niet dat hij nooit meer het verdriet voelt. Integendeel. Hij staat nog vaak stil bij de foto van zijn gezin en voelt dan het verdriet over het verlies. Maar hij kan zijn werk weer doen. Hij slaapt weer redelijk. En hij kan het graf nu bezoeken zonder dagenlang overstuur te zijn.  

De beschreven situaties zijn aan de werkelijkheid ontleend, de namen en persoonlijke omstandigheden zijn veranderd. De afgebeelde personen zijn geen cliënten maar modellen.