Spring naar navigatie Spring naar inhoud

Steeds vaker kwam ik aan het eind van de middag thuis met een rot gevoel. Het ging niet lekker op mijn werk.

"Ik dacht dat slecht slapen er gewoon bij hoorde, net zoals dat bijna niets mij lukte."

Heleen, 31 | Slaapproblemen

“Het ging niet lekker op mijn werk. Steeds vaker kwam ik aan het eind van de middag thuis met een rot gevoel. Ik was altijd al een slechte slaper, maar slapen lukte nu bijna helemaal niet meer. Eindeloos lag ik te piekeren over dat ik beter moest presteren. Tijdens deze nachtelijke uren voelde ik me somber en waardeloos.

Op onze afdeling was een nieuwe leidinggevende aangesteld die mij minder goed lag. Ik had het gevoel dat die man niet zag hoe erg ik mijn best deed. Daardoor ging ik steeds harder werken. Dit leverde zoveel stress op dat ik steeds vermoeider raakte. Maar door de oplopende stress sliep ik soms hele nachten niet. Ik was daar ook bang voor. ‘Ik moet slapen, ik moet slapen, ik moet slapen’, dacht ik. Maar dit werkte alleen maar averechts.

Hartslag van 200 slagen per minuut
Door dit gebrek aan slaap, kon ik me overdag minder goed concentreren en maakte ik steeds meer fouten. Ook kreeg ik last van paniekaanvallen. Ik werd zelfs achterdochtig naar mijn collega’s toe, waardoor ik me nog slechter voelde. Op een dag stortte ik volledig in. Ik had een hartslag van 200 slagen per minuut.

In het ziekenhuis kregen ze uiteindelijk mijn hartslag weer op een normaal niveau. Volgens de artsen was ik uitgeput. Ik kreeg een recept voor slaappillen mee en omdat ik al jarenlang last had van slaapproblemen, werd ik doorgestuurd naar het Slaapcentrum voor Psychiatrie van GGZ Drenthe. Ik was blij dat ik eindelijk met iemand kon praten.

Tijdens het intakegesprek stelden ze me een heleboel vragen. Ze vroegen of ik medicijnen gebruikte en of ik veel koffie dronk. Ze wilden weten hoe mijn slaapproblemen zich hadden ontwikkeld en wanneer de klachten precies waren begonnen. Ook vroegen ze wat ik deed op momenten dat ik niet kon slapen. 

Faalangst
Wat naar voren kwam tijdens het gesprek, was mijn angst om te falen. Ik was vroeger bepaald geen uitblinker op school om het zo maar te zeggen. Ik had veel moeite met leren. Ik voelde me vaak minderwaardig en mijn ouders bevestigden mij hierin. Toen ik in de puberteit kwam, heeft dit  geleid tot een depressie. Ik voelde me waardeloos en had het gevoel helemaal niets voor te stellen. Ook kon ik niet goed in slaap komen. Ik kreeg medicijnen en therapie bij een psycholoog. Ik ben me toen beter gaan voelen, maar de slaapproblemen gingen niet weg. Ik dacht dat dit nou eenmaal bij mij hoorde. Pas toen ik heel veel werkstress te verduren kreeg en bijna helemaal niet meer sliep, verloor ik de controle erover. Ik heb wel eens gehoord dat slaapklachten horen bij een depressie, maar dat slaapklachten ook sneller kunnen leiden tot een depressie, dat wist ik niet.

Ze gaven me bij het slaapcentrum een activiteitshorloge mee naar huis en een slaapdagboekje. Hiermee kunnen ze zien hoe iemands slaappatroon is. Ze wilden ook dat ik een nachtje bleef slapen in het centrum zodat alles goed gemeten kon worden. Dat vond ik eerst best eng. Ik kreeg draadjes op mijn hoofd voor het meten van mijn hersenactiviteit. Ik dacht dat ik geen oog dicht zou doen, maar dit viel reuze mee.

Uit de metingen kwam naar voren dat ik een slaapprobleem had. Ik was blij dat ik eindelijk een tastbaar bewijs had. Ik had het me dus niet ingebeeld. Een behandelaar vertelde me dat veel slaapproblemen op ten duur chronisch worden. Maar gelukkig was er wel wat aan te doen.

Vertrouwen in mijn slaap
In het slaapcentrum heeft een psycholoog mij in vijf gesprekken geholpen om me beter te laten slapen. Het lukte me stapje voor stapje om vertrouwen te krijgen in mijn slaap. Kort heb ik nog medicijnen gebruikt. De aanpak die we samen hebben bedacht en het werkboek gebruik ik nog steeds. Ik kreeg het advies om de achterliggende problemen die ik had, te bespreken met een andere psycholoog. Ik ben nog een half jaar in behandeling geweest. Tijdens deze gesprekken heb ik geleerd mijn verleden los te laten. Ik voel me nu een stuk zelfverzekerder.

Op mijn werk heb ik verteld wat er met me aan de hand is. Mijn collega’s waren heel begripvol. Ik ben eerst begonnen met halve dagen werken en heb dit langzaam opgebouwd. Het slapen gaat gelukkig ook echt veel beter. Ik voel me overdag energiek en kan weer aanpakken. En als eens een nacht minder goed slaap, dan raak ik niet meer in paniek. “

De beschreven situaties zijn aan de werkelijkheid ontleend, de namen en persoonlijke omstandigheden zijn veranderd. De afgebeelde personen zijn geen cliënten maar modellen.