"Ik vind de afspraken met de verpleegkundige eigenlijk wel fijn. Al weet ik nog steeds niet waarom ik mij nou zo rot voel. Weet je, soms gaat het een tijdje beter. Maar daarna word ik weer gék van mezelf. Aan haar kan ik gewoon vertellen hoe het gaat, zonder dat ze alleen maar ongerust is. Zoals mijn moeder. We hebben het niet alleen over wat niet lukt, maar ook over alle dingen die nog wél goed gaan. Ik wil misschien vrijwilligerswerk gaan doen, maar mijn moeder is bang dat het dan weer misgaat op school."
Samen met de verpleegkundige gaat Hilde naar de psychiater van GGZ Drenthe. "Volgens hem had ik een psychose. Hij vertelde ook, dat als je er vroeg bij bent, er vaak nog veel aan te doen is om te voorkomen dat het nog eens gebeurt of erger wordt." Een uitgebreid psychologisch onderzoek bevestigt het vermoeden. Haar ogenschijnlijk vage klachten hebben een serieuze oorzaak.
Medicijnen
"Nu krijg ik medicijnen. Die helpen. Ik kan het op school al iets beter volhouden doordat het wat rustiger in mijn hoofd is. Het lukt weer om dingen te onthouden. En ik heb geen last van bijwerkingen. Ik heb ook psychotherapie, want soms kan ik heel boos worden. Waarom kreeg ik nou een psychose? Het is niet bekend wat de precieze oorzaak van een psychose is. Ik heb er waarschijnlijk aanleg voor. Veel stress kan het aanwakkeren."
Door de hulp van GGZ Drenthe knapt Hilde op. "Ik voel me minder moe. En ik heb weer zin om af en toe met vriendinnen af te spreken. Bij mij thuis. Ik heb hen trouwens gewoon verteld wat ik heb. Dan hoef ik tenminste niet steeds uit te leggen waarom ik niet mee ga stappen. Soms is dat wel moeilijk hoor, als ze praten over vriendjes die ze in het weekend ontmoeten. Meestal lig ik zaterdagavond uitgeput in bed."
Rust
"Ik ben blij dat ze mij goed hebben onderzocht. Ik weet niet of ik nu nooit meer een psychose krijg. Volgens de psychiater moet ik de medicijnen blijven slikken. En op tijd naar bed, want ik heb veel rust nodig. Misschien krijg ik nog andere therapie. Bijvoorbeeld cognitieve gedragstherapie in een groep. Ik zou ook wel van anderen willen horen hoe het bij hen gaat. Mijn moeder vindt het fijn om te weten wat ik heb. Ik blijf voorlopig bij mijn ouders wonen. Thuis is het rustig en kan ik me beter concentreren. Zij letten erop dat ik regelmatig eet en slaap. En zij helpen me bijvoorbeeld om mijn huiswerk te plannen. Op school heb ik een stapje terug gedaan naar havo, zodat ik niet meer zo op mijn tenen hoef te lopen."